(Door Ruth Alkema, 13-4-26)
Ik schrijf altijd om mijn gedachten te ordenen, over vragen die mij bezighouden, en wil dat nu ook graag doen.
Twee thema’s die mij momenteel bezig houden zijn deze: ten eerste: de wereld lijkt zich richting een grote oorlog te bewegen en hoe vind ik daarin een goede levenshouding, kan ik iets doen of voorbereiden? Ik denk erover na. Een tweede thema is de stand van mijn geloofsleven. Ik heb me lang druk gemaakt over veel dingen, veel geworsteld met en voor God, maar nu heb ik rust gevonden, waardoor ik veel dingen helemaal niet meer zo belangrijk vind. Soms mis ik de intensiteit van vroeger, het duidelijke baken, de zekerheid dat ik een Groot Doel had. Ik moet nog wennen aan deze rust en uitvinden hoe ik nu mijn weg met God vind.

Een derde thema heb ik in de titel van deze tekst gezet. “Mijn Heer en mijn God”, deze uitspraak van Thomas raakt mij telkens weer. Er spreekt herkenning uit, een weerzien dat dieper gaat dan de oppervlakte. De bijbelteksten waarin naar voren komt hoe God ons persoonlijk kent en opzoekt, spreken mij altijd aan. En dan vooral ook het moment van herkenning, dat je weet : hier is God.
Wat het wereldtoneel betreft, er lijkt niet veel te zijn wat ik nu hiermee kan doen. Me zorgen maken heeft weinig zin, concrete voorbereidingen zijn lastig want hoe de toekomst ook zal lopen, het zal ongetwijfeld anders zijn dan ik nu kan bedenken. Kortom, ik leef gewoon door zoals altijd, ik geniet van de lente en van alle luxe, maar het voelt nu extra vluchtig. Niet houdbaar, een soort stilte voor de storm. Ik probeer te leren van de mensen die voor mij een voorbeeld zijn, zoals mijn oma. Mijn oma en haar ouders schreven kort na de oorlog brieven aan haar broer over hoe moeilijk het was om met zijn allen binnen te moeten schuilen en eigenlijk alleen maar over eten te kunnen praten. Oma heeft mij als kind ook vaak verteld over de bijzondere manieren waarop God haar in grote en kleine dingen geholpen heeft. Nu lees ik in haar brieven hoe moeilijk het ook allemaal was. Ik vind het mooi om in haar brieven die twee dingen zo naast elkaar te zien : enerzijds een vast geloof in Gods hulp en anderzijds de eerlijke beschrijving van hoe moeilijk het ook was. Ik bewaar al deze dingen in mijn hart.
Wat mijn geloofsleven betreft: dit voelt dan weer als stilte na de storm. Ik schreef al over de rust die ik ontving na een lange periode van worstelen met en voor God. Het is een zegen, denk ik, maar het voelt ook wat leeg. Misschien kan het gebrek aan ‘Groots Doel’ mij de gelegenheid geven om mijn eigen stem te vinden en mijn eigen bijdrage vorm te geven. Er wordt vaak gezegd dat God een plan met ons heeft, maar ik ben ervan overtuigd dat God ook heel benieuwd is naar onze plannen en creativiteit. Ik bedoel gewoon dat deze wereld een plek is die God gemaakt heeft, maar die wij zelf ook maken. Door wat we doen, maar ook door hoe we dat doen. Een goede werksfeer creëren door vriendelijkheid, ontmoetingen in de sportclub of bibliotheek of de huiskamer van de kerk, ik noem maar wat. Niks hiervan is echt noodzakelijk, behalve de vriendelijkheid, die is van wezenlijk belang. Dit zou een mooi nieuw groots doel kunnen zijn.
Mijn Heer en mijn God. Thomas ziet God en weet zich gezien. Ik denk aan andere ontmoetingen met God, bijvoorbeeld Jezus en Nathanael, Elia in de stilte, sommige wendingen in de psalmen waaruit blijkt dat de psalmist Gods stem gehoord heeft. Dit is de stilte in de storm. Wat ik er zo mooi aan vind is hoe de rationele verklaringen helemaal wegvallen omdat ze er niet toe doen. Het is een herkenning op een dieper niveau. Dat kan alleen uit liefde. Je houdt gewoon van iemand, punt. Ik hou van God en God van mij. Dit is waar het om draait, en het fundament waar ik op kan bouwen in alle omstandigheden.