Ga naar de inhoud

Advent: hoopvol de duisternis durven aanschouwen

(Door Inge, 13-12-24)

Tijdens de lunchvieringen delen we vaak hoe het is om te leven met God, soms heel theoretisch, soms wat praktischer. Ik vind het heel mooi dat die ruimte bestaat, waarin we met elkaar ons leven kunnen delen. Ik leer hierdoor ook steeds weer allerlei verschillende mensen uit onze gemeente kennen en het bemoedigt me vaak in het leven met God. En soms vind ik de vieringen ook ontzettend ingewikkeld en zelfs pijnlijk. Zeker waar de pijn van de ander aan mijn eigen pijn raakt. 

Zo ook de afgelopen keer, waarin het onder andere ging over vroegkinderlijk trauma. Een thema waar ik zelf ook al jaren mee worstel. Een thema dat voor veel mensen lastig en ongrijpbaar is. Vaak omdat er geen woorden zijn om te beschrijven wat zulk soort trauma  met je doet en het tegelijk zo fundamenteel is aan de rest van je leven.    

En om het nog ingewikkelder te maken doet dat niet alleen iets met de mensen zelf die het meemaken, maar ook met de mensen die om hen heen staan. Ik denk soms dat vroegkinderlijk trauma voor gelovigen zelfs nog ingewikkelder is om er goed mee om te gaan. Het gaat daarbij immers om vragen over rechtvaardigheid en lijden van juist zeer kleine kinderen. Het gaat ook om Gods nabijheid of afwezigheid. En het gaat  over de genezing van innerlijke verwondingen, wat vaak een lange en moeizame weg is. Tenminste, als die weg van genezing überhaupt begaanbaar is. Dat de weg van herstel vaak uitzichtloos lang en traag is en ook vaak heel erg taai en veel van jezelf en de mensen om je heen vraagt, is ook mijn ervaring met verwerking van trauma. Geloven in een God van liefde en herstel zijn daardoor op zijn minst gecompliceerd, voor mij. Ondanks dat, blijft er ook iets in mij dat wil blijven geloven. Dat wil hopen dat er herstel mogelijk is. En te midden van de pijn blijf ik uitkomen bij de hoop die God geeft op een nieuwe toekomst. En daardoor kom ik ook uit bij de advents en kerstperiode. 

Kerst is heel ingewikkeld voor veel mensen. De feestdagen kunnen heel fijn zijn, met een fijn huis en fijne mensen om je heen, tijd voor het gezin en voor jezelf, maar het kan ook extra pijnlijk zijn juist om al deze redenen. En dat geldt ook voor mij, het is ook niet helemaal zonder reden dat het vier jaar geleden was – net na de kerstdagen – dat ik in een crisis terecht kwam en opnieuw hulp zocht voor de trauma’s waar ik al zo lang als ik me herinner mee worstel.  

Ironisch genoeg schreef ik toen vlak voor diezelfde feestdagen, 4 jaar geleden, een heel stuk over hoe belangrijk het is om de duisternis te durven aankijken om zo juist het licht te kunnen zien. Ik schreef het stuk voor het Utrecht Initiatief om elkaar te bemoedigen tijdens de coronatijd. Maar wat ik toen niet wist was dat de woorden die ik destijds schreef nu nog relevanter zijn geworden voor mezelf.

De inspiratie voor dat stuk haalde ik uit een artikel uit The New York Times van Tish Harrison Warren, een Anglicaanse priester en schrijfster. Harrison schreef dat als je daadwerkelijk kerst wilt vieren in de volle betekenis, je juist de duisternis in je leven en in de wereld onder ogen zal moeten zien. Zij legt uit dat van oudsher de weken voor kerst, de adventsweken, juist de weken op de kerkelijke kalender waren die vooral sober en ingetogen gevierd werden. Het was daarmee een periode in het kerkelijk jaar om tot inkeer te komen. Na deze ingetogen advent is het dan echt tijd om uitgebreid feest te vieren, het is daarna namelijk 12 dagen kerst tot aan Driekoningen. 

Wij vieren in onze kerk en in Nederland vaak geen 12 dagen kerst, maar we vieren de kerst wel. Daarentegen vieren we Advent als een sobere periode om stil te staan bij de duisternis en om tot inkeer te komen vaak niet. In plaats daarvan leven we van feest naar feest. Sinterklaas is nog niet het land uit of we zijn druk met de voorbereidingen voor kerst. Het gevolg daarvan is dat kerst een sentimenteel leeg verhaal wordt over een kindje Jezus in de kribbe en een paar herdertjes, zonder dat we de ware betekenis begrijpen van het kerstverhaal. 

Want Jezus kwam juist in een ontzettend duistere wereld. En op zijn geboorte volgde nog veel meer duisternis. Er staat immers in de bijbel dat Rachel huilde over haar kinderen en niet meer vertroost wilde worden, omdat zij (haar kinderen) er niet meer zijn; alle kinderen tot 2 jaar in Bethlehem werden vermoord nadat Herodus gehoord had over de geboorte van Jezus. Als ik die verhalen lees en tot me door laat dringen, besef ik weer hoe heftig die tijd was waarin Jezus kwam. En weet ik ook weer dat kerst weinig te maken heeft met een nostalgische sentimentaliteit die ik wel vaak voel bij kerst.  

Kerst gaat over het lijden van toen en over het lijden in deze wereld en in ons eigen leven. Want zo schrijft Harrison in haar stuk; als we het aandurven om het lijden van deze wereld door ons door te laten dringen en de pijn die ons is aangedaan en die we anderen hebben aangedaan onder ogen durven te zien, dan gaan we pas echt iets begrijpen van de relevantie van kerstmis voor ons leven en voor de wereld. Want juist als we duisternis onder ogen durven te komen tijdens deze advent, gaan we intens verlangen naar het licht, een licht dat nooit meer dooft. 

To practice Advent is to lean into an almost cosmic ache: our deep, wordless desire for things to be made right and the incompleteness we find in the meantime.” (Tish Harrison Warren)

Advent is daarmee niet alleen een aanschouwen van de duisternis, maar ook een verwachtingsvol hopen. En we weten door het kerstverhaal dat het verwachten niet tevergeefs is. Want Jezus kwam als licht in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. En Jezus heeft beloofd weer te komen om deze wereld heel te maken en recht te doen, en om alle tranen van de ogen af te wissen.  

En daarom hoop ik dat we als Jeruzalemkerk samen de duisternis durven aanschouwen, ook als die duisternis vroegkinderlijk trauma heet en ook als de duisternis om ander lijden gaat. Want we hebben elkaar daarin nodig. Geen gemakkelijke opdracht, maar wel een die ons kan helpen om ons dwars door de duisternis uit te strekken naar het licht, in de verwachting dat Hij zal komen om de wereld heel te maken. En ook als het ons niet lukt vertrouwen te hebben dat Hij komt in de duisternis, mogen we weten dat Hij trouw is en zijn belofte om terug te komen gestand zal doen.

4 reacties op “Advent: hoopvol de duisternis durven aanschouwen”

  1. Dankjewel Inge! Ontzettend herkenbaar. Vooral dat het kerstsentiment zo haaks kan staan op het lijden in je eigen leven en in de wereld. ‘We snappen helemaal niets van wat God eigenlijk in die wereld kwam doen’, denk ik wel eens als het alleen maar gaat over kindeke teer, kerstklokjes etc. Juist vandaag las is ’toevallig’ een recensie van het boek ‘Advent’ van Tish Warren in het blad ‘Koers’. Ik dacht: misschien kunnen we volgend jaar dat boek eens in een Adventskring bespreken in de gemeente? In hetzelfde nummer van Koers staat ook een interview met Esther Maria Magnis over vasten in de adventstijd. Ook zij legt accent op een sobere adventstijd die noodzakelijk is voorafgaand aan het feest. Twee citaten: “Kerst begint niet bij het licht. Maar in de ramp. In de nacht.” en: “Christelijke feesten zijn ook een tocht door de naaktheid en gruwel van ons bestaan. Eerst is er de ramp. Eerst is er de nacht. Dan pas de lichtjes”.

  2. Lieve Inge,

    Wat moedig om dit op te schrijven in al je kwetsbaarheid! Het bepaalt mij ook bij de situatie in onze gemeente. Ook dat is een vorm van duisternis en ” lijden”. En ook wij hopen en bidden dat deze periode naar het licht zal leiden.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *