(Door Ruth Alkema, 7-5-25)

Ik hou van rennen, het is heerlijk om even lekker in een ritme te bewegen. Als mijn bloed wat sneller door mijn lijf en hoofd pompt, lossen de muizenissen in mijn brein zich op, om plaats te maken voor een intens genieten van het leven. Dan voel ik me verbonden met onze eerste voorouders en zie ik mezelf op de prairie, onvermoeibaar rennend in de weidse ruimte, jagend op een hert.
Ik zou mezelf niet zijn als ik nu niet meteen begon te mijmeren over die jager en dat hert. Het voelt goed om de jager te zijn, maar het hert is dat van psalm 42, waar ik me ook altijd erg mee identificeer. Kan ik ook beide zijn?
De jager en het hert betekenen voor mij twee elkaar aanvullende aspecten van de ziel. De jager staat voor wat ik van nature kan en hoe ik mij ontwikkel in het dagelijks leven. Het hert staat voor de gerichtheid op God, mijn diepste verlangen, de openheid om me te laten vullen met zijn liefde. En hier zie ik een verrassende overeenkomst, beide perspectieven hebben baat bij een goede manier van training. Ik heb hier al eerder over geschreven in mijn blog, dus voor nu wil ik ons vooral nog aanmoedigen om toch vooral door te gaan met oefenen. Gewoon doen, dat rennen (of wat je maar wil leren) en ook: gewoon doen, dat bidden (of zingen, of bijbellezen, of wat jou richt op God).

Het hert en de jager lijken ook elkaars tegenovergestelde: de jager is krachtig en onafhankelijk, het hert juist niet. Soms lijkt het alsof christenen zich de hert-houding iets te veel aanmeten: een gekunsteld zwak-zijn omdat kracht in de bijbel zo’n slechte naam heeft. Maar ik merk dat het mij goed doet om me sterk te voelen. Als ik merk dat ik ergens beter in word door te oefenen, dan sterkt dat mijn zelfvertrouwen en sta ik vrijer in het leven. Ik wil dit graag aannemen als geschenk van God. En in tijden dat het minder gaat, dan put ik kracht uit de psalmen die zo open zijn over moeilijkheden, en toch in alles blijven vertrouwen op God.
Al mijmerend merk ik hoe belangrijk vrijheid voor mij is. De jager typeert op het eerste gezicht de ultieme vrijheid door de kracht en levensvreugde die eruit spreekt. Het hert lijkt bepaald onvrij, het wordt opgejaagd en heeft behoefte aan alles. Toch is het verlangen waar psalm 42 over spreekt, wel degelijk het begin van echte vrijheid. Vanuit dit verlangen stel je je open voor Gods liefde die alles overstijgt. Het gaat er niet om dat we steeds onze hulpeloosheid benadrukken, het gaat erom dat we daadwerkelijk ontvangen wat God geeft.
Het is een kunst, dit ontvangen van Gods liefde, en van daaruit te leven. Zoeken naar de juiste balans tussen beide aspecten: een gezond zelfvertrouwen dat groeit door dingen te ondernemen, en een gezonde afhankelijkheid die groeit doordat we merken dat hij betrouwbaar is. Een kunst die we kunnen oefenen, vertrouwend op Gods zegen.

Mooi beschreven. Toevallig hadden wij het in onze bijbelkring over volhouden / volharding. Hoe moeilijk dat kan zijn. Ook de vergelijking gemaakt met sporten (bijv hardlopen). Jouw stuk is een goede aanvulling. Groet Maria.