Ga naar de inhoud

“Wat kan mij het schelen?”

  • door

(Door Hanny Röhm, 5-3-25)

Het gaat niet goed met de paus. Regelmatig worden we op de hoogte gehouden over zijn toestand. Nog leeft hij, maar hoe lang nog? Zijn autobiografie Hoop kwam een paar weken geleden uit en ligt net zolang op mijn boekenstapel. Met de dagelijkse nieuwsberichten ben ik er inmiddels in begonnen. De paus verbindt de levenservaringen van zijn (voor)ouders en van hemzelf met de ontwikkelingen die in de wereld gaande zijn. En er gebeurt nogal wat, ook in deze dagen en weken. Dagelijks worden we opgeschrikt door oorlog en geweld, door populisme en verrechtsing, door koude schouders en liefdeloosheid. Wereldwijd. Prediker zei: “Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon. Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws,’ dan is het altijd iets dat er sinds langvervlogen tijden is geweest.” Ook wat er vandaag is, is er eerder al geweest.

We kunnen leren van historici en theologen. En ook van de paus. “Wat kan het mij schelen?”, het is het levensmotto van de mensheid, zo de Paus. Het zette me aan het denken. Wat hij bedoelt te zeggen, is dat er altijd weer mensen zijn die het lot van anderen niets kan schelen. Regimes gedreven door moorddadige ideologieën, mensen gedreven door geld en macht, die onverschillig zijn ten opzichte van hen die het onderspit delven. “Wat kan het mij schelen?”, het is de echo, zo de paus, van Kaïns antwoord aan God: “Moet ik dan op mijn broer passen?”. De onverschilligheid naar de medemens toe, het is er vanaf het begin van de mensheid geweest. Voor jou tien anderen. Het kan me niets schelen. Het is je eigen schuld. De houding die je blind maakt voor de medemens, die ontwricht en kwaad doet, tot oorlogen voert. God roept Kaïn: “Waar is je broer, Abel?”. De echo van die vraag geldt ook ons, voor wie dragen wij verantwoordelijkheid?

Ik lees in het nieuws dat J.D. Vance, de Amerikaanse vicepresident, het in 2022 in een podcast al zei: “Het kan me echt niets schelen wat er met Oekraïne gebeurt.” En op een ander moment geeft hij aan in een ordening van de liefde te geloven. Hij bedoelt dat je eerst je directe naasten liefhebt en daarna stapsgewijs de mensen die steeds verder van je af staan. En, zo blijkt uit wat er in politiek Washington gebeurt, dan is er geen liefde meer over voor de vreemdeling, de LHBT+mens, voor hen die ontwikkelingshulp nodig hebben, en voor slachtoffers van oorlogsgeweld. Hij denkt dat het christelijk gedachtengoed is. Ik dacht het niet.

Jezus formuleert die Godsroep aan Kaïn, aan de mens in het algemeen, zo: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.” (Luc. 10: 27). Maar de clou moet dan nog komen, en Jezus illustreert die aan de hand van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Niet de voorbijgangers uit het eigen volk van de beroofde en halfdood achtergelaten man helpen hem, hij wordt geholpen door een Samaritaan, behorend tot een vijandig volk. Waar de twee volksgenoten onverschillig zijn, laat de Samaritaan zich raken door deze hulpbehoevende mens. Het lijkt erop dat het meer iets is in de mens: onverschilligheid als karaktertrek, als houding ten opzicht van anderen. Want zeg nou zelf, wat er politiek aan de andere kant van de oceaan gebeurt, is dat liefdevol naar het eigen Amerikaanse volk toe?! Dat is Jezus’ oproep: laat je raken door de mens die hulp nodig heeft, word een naaste voor de mens die je op je pad tegenkomt. Liefde en mededogen zijn onuitputtelijk. Laat je raken door wie er op jouw pad komt.

Op Golgotha, was daar die uitgespuwde Jood, die liefhad en vergaf. Daar scheen, hoewel het pikkedonker was, licht door het duister. En heel veel later bood de priester Maximiliaan Kolbe een vader van twee kinderen aan om in zijn plaats te worden gedood. Het gebeurde in Auschwitz. Mensen kunnen, in navolging van Christus, laten zien dat hun het lot van anderen zeker wel kan schelen. Liefhebben betekent afstanden overbruggen en muren afbreken. Het betekent de onbekende ander evenzeer liefhebben als je eigen geliefden.

Als we eerlijk zijn, lukt ons dat niet. Onze eigen geliefden ervaren we dichterbij dan anderen. Voor hen gaan we door het vuur. En voor mensen die we niet kennen doen we dat niet. Maar het zou al helpen wanneer we beseffen dat dat zo is. En we telkens weer proberen om afstanden te overbruggen en onverschilligheid tegen te gaan. Ik denk dat het ons kan helpen om daarbij telkens weer bij Christus terug te komen. Bij Hem kunnen we ons falen en onze machteloosheid onder ogen komen. Hij is liefdevol en vergevend nabij, Hij heeft elke afstand tot ons mensen overbrugd. En van Hem mogen we kracht ontvangen om muren te slechten en lief te hebben. Telkens weer opnieuw, ons leven lang, mogen we zo leren om antwoord te geven op Gods roep om er voor onze medemens te zijn. Zelf naaste te worden van de mens die op je weg komt. Door ons op deze weg van liefde voor God en de naaste te begeven, mogen we iets laten zien van de levende hoop van het christelijk geloof. Dat wij zo tekenen mogen zijn van Christus’ licht in deze onrustige wereld.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *